Vaccinatie

Waarom je kat laten vaccineren?

Het spreekt natuurlijk voor zich dat je, je huisdier wil beschermen tegen allerlei ziektens.

Vanaf acht weken na de geboorte, mag een kitten beschermd worden tegen verschillende ziekten, zoals tyfus, coryza, chlamydia en leukose.  Deze bescherming bestaat uit het toedienen van vaccins. Meestal geeft men de entingen bij een jong katje in 2 keer, 1 maal rond 9 weken en de andere rond 12 weken.  Sommige kittens kunnen er niet tegen en kunnen er ziek van zijn, ze voelen zich niet goed, eten minder omdat ze zich wat misselijk voelen en soezen dan een hele dag door tot het ergste weer voorbij is.

Dat gebeurt om het jaar of om de 2 à 3 jaar naargelang de ziekte.  Maar niet alle katten moeten beschermd worden tegen al deze ziekten.  Uw dierenarts zal de vaccins toedienen die nodig zijn, rekening gehouden met de specifieke levenswijze van uw huisdier. Indien u in een risicogebied woont of indien u met uw kat op reis gaat, moet uw kat ook gevaccineerd worden tegen hondsdolheid (Rabiës).
In sommige specifieke gevallen kan men de kat ook laten vaccineren tegen besmettelijke buikvliesontsteking. Dat gebeurt met een vaccin dat in de neusgaten van de kat wordt gedruppeld.