Bengaal



Herkomst

Bengaalse katten behoren tot de nieuwste kattenrassen en zijn nog maar vrij recent uitgeroepen als raskat. Behalve hun naam, hebben ze geen verwantschap met de 'Bengaalse tijger' maar hun unieke en luipaardachtige voorkomen doet denken aan zo'n verwantschap en onderscheidt hen onmiddellijk van alle andere huiskatten. De eerste vermenging ontstond tussen een paring van de 'Asian Leopardcat' die momenteel behoort tot de lijst van bedreigde diersoorten met een 'Egyptische Mau' in 1965 in Arizona, VS. Alle afstammelingen hiervan zijn niet meer. Het is pas in 1980 dat Ms Mill erin slaagde van nieuwe kruisingen te doen en in 1990 werd de Bengaal tot authentiek nieuw gedomesticeerde raskat uitgeroepen. Onze eigen katten zijn afstammelingen van deze kruisingen in de VS.

Uiterlijk

Bouw lichaam:

De Bengaal heeft een slank, gespierd en lang lichaam met zware botten. De achterpoten zijn iets langer dan de voorpoten waardoor de rug een oplopende vorm krijgt. De voeten zijn vrij groot en mooi rond van vorm. De staart heeft een gemiddelde lengte, voelt stevig aan en heeft een afgeronde zwarte punt.

Kop:

De kop is wigvormig (omgekeerd driehoekig) en is klein in verhouding met het lichaam. De kop is iets langer dan breed waardoor het dus deze vorm krijgt. De nek is stevig gespierd en lang ten opzichte van het lichaam.

Oren:

Ze zijn wat klein, maar wel breed aangezet op de kop en ze mogen geen pluimpjes bevatten. Ze zijn naar voren gericht en de oortoppen moeten afgerond zijn.

Neus:

De neusrug is lang en breed en laat een lichte welving (boogvorm) zien daar waar de neusrug overgaat in de schedel. Een extra pluspunt zijn de dikke snorhaarkussentjes.

Ogen:

Ze zijn prachtig groot en rond tot amandelvormig, wat de Bengaal een mooie uitstraling geeft. Ze staan iets schuin en wijd uit elkaar en zijn groen/koperkleurig. Soms hebben de ogen zelfs een mokka-achtige kleur.



Karakter

De bengaal is een vriendelijke, nieuwsgierige en intelligente kat. De laatste twee eigenschappen heeft de bengaal geërfd van zijn wilde voorvader. De bengaal is in tegenstelling tot vele andere katten dol op water. Deze eigenschap is waarschijnlijk ook door de voorvader doorgegeven. Bengalen zijn gek op aandacht en zijn daarom ook erg speels. Ook kunnen ze zichzelf goed bezighouden. Toch zijn de meeste bengalen geen schootkatten want kopjes geven en spelen is genoeg voor ze. Ze gaan liever achter een vlieg aan dan bij je op schoot te zitten. Deze katten zitten graag op hoge plekken en daar komen ze zo met hun behendige lichaam, ze kunnen heel erg ver springen. Ze vinden het leuk om vanuit een hoge plek alles in de gaten te houden en dit kan ook je schouder betekenen.

Dit ras gaat ook goed samen met andere katten, maar dan het liefst ook actieve katten. Honden in huis is over het algemeen ook geen probleem. Ook past een bengaal zich snel aan, bijvoorbeeld aan nieuwe huisdieren of een andere omgeving. Veel bengalen worden, net als vele andere raskatten, binnengehouden. Dit kan mits er veel speelmogelijkheden zijn en een grote ren buiten is zodat ze zich goed kunnen uitleven.

Verzorging

Een bengaal eist niet veel verzorging, ze zijn makkelijk in onderhoud. De vacht heeft niet echt een borstelbeurt nodig, alleen bij de rui, het wordt zelfs verder afgeraden aangezien de Bengaal zich perfect zelf kan ondehouden.  Veel liefde, spelen en genoeg te eten is alles wat een bengaal nodig heeft van verzorging.